-- Domain de Pimprez
-- Missie Tenerife
-- Vossenmeren
--
Target Volschub
--
Heijderbos
--
Frankrijk- Limoges
--
Info beekse bergen
--
Nederspiegels
--
Ergernissen
--
Concours 2006
--
Hilvarenbeek 2006-1
--
Hilvarenbeek 2006-2
--
Concours 2005
--
Jaarverslag 2005 - 1
--
Jaarverslag 2005 - 2
--
Jaarverslag 2005 - 3
--
Jaarverslag 2005 - 4
--
De Bolle
--
In Theorie
--
Praktisch Voeren
--
Karperen 1
--
Karperen 2
-- In Dienst vh Leger
-- Op Weg Naar:
-- Concours 2004
-- Jaarverslag 2004 - 1
-- Jaarverslag 2004 - 2
-- Jaarverslag 2004 - 3
-- Jaarverslag 2004 - 4
-- De verandering
-- De Voercampagne 1
-- De Voercampagne 2
-- Pech

Verhalen
=> De Verandering
Het is een uur of 11, de temperatuur is niet meer te harden in de tent. Weg met die slaapzak. Zo kan ik het nog even rekken voordat ik uit mijn tent wordt gebakken. Ik denk nog even over de nacht na, het was weer een slopende nacht geweest. Vijf gevangen en 2 verspeelt. Pfff zeven keer varen heen en terug. Je moet wat over hebben voor een vis. Het rare vind ik altijd dat ik op de verste hengel het meest vangt. Of ze het erom doen. Het betekend ook dat ik heel de week moet bijkomen in de klas. Opeens een piep ik schrik wakker, t zal toch niet. En zie dat ik in een andere wereld ben. Een mooie droom bedenk ik nog.

Waar is die tijd gebleven, een nacht met 1 brasem en nu…. Een zakkende swinger, het verraad zich al. Ik spring mijn tent uit en pak de des betreffende hengel.

Ja, hoor een winde het zal weer eens niet. Waarom moest het veranderen. Dat is een vraag die ik al 2 jaar probeer te ontcijferen.

Zo'n 2 jaar geleden was het voor mijn het water, als je ging vissen kon je er vanuit gaan dat je in ieder geval met 1 vis naar huis ging. Er zaten ook een aantal mooie vissen tot ongeveer midden dertig pond, tot op de bewuste dag.
Het is zaterdag ergens in juni, het weer is goed om te zeilen. Das namelijk ook een hobby. Die zaterdag zou er wat gaan veranderen aan het water dat ik als mijn broekzak kan zowel boven als onder water. Het is ondertussen half 10 in de ochtend vaste tijd op de jachthaven. We tuigen de boot. Om 10 uur varen we af. Het is zoon een uur varen naar de plaatselijke plas.

Opeens zie ik wat drijven op zoon 10 meter van stuurboordwal. Het is een dooie karper. Een van mijne mede passagiers zegt “wat een grote zeg” ik schat hem een pond of 18, hij is nu eenmaal opgezet door al dat gas. Heb er niet echt meer bij stil gestaan, tot het moment kwam dat een van de opzittende riep, “hee Rens is dat er niet weer een” en ja hoor het was er weer een. En nog geen tien meter erna lag er weer een. 2 mooie vissen komen langszij en zie nummer 4 ook al liggen. Tot aan de plas tel ik 16 vissen. Het water wel de kleinere vissen, maar toch. De hele week dacht ik aan wat ik gezien had. De raarste dingen zoals dat het een erfelijke ziekte, virussen. Of een giftige stof. Het werd ondertussen weer zaterdag, weer lekker zeilen.

En hetzelfde als vorige week gebeurde, de ene na de andere karper lag dood. Nu ook de wat grotere vissen dood. Aangekomen op het meer zie ik in de kant een aardige grote vlek. Ik besluit er naartoe te varen. Toen we langszij kwamen, zag ik een spiegel liggen. Deze had een behoorlijke maat, een pond of 26 a 27. Zonde zeg, ik zag er een grote schub aan de zijkant van een cm of 10 a 13. Machtig mooi. Die had ik wel eens willen vangen.

De vissterfte ging zo door tot het eind september, elke week een aantal vissen en de vangsten bleven uit.

Na twee jaar waren we terug, en gooi mijn benen uit mijn slaapzak. En ik spring uit mijn tent ik loop richting de tent van mijn vismaat. En? “niks”dat antwoord kwam niet als een verrassing.

Zo goed het water ooit was, daar zakt nu je broek van af. Zolang er vis zwemt, zal ik terug keren tot op een dag de oude populatie weer aanwezig is.

Rens Kop