-- Domain de Pimprez
-- Missie Tenerife
-- Vossenmeren
--
Target Volschub
--
Heijderbos
--
Frankrijk- Limoges
--
Info beekse bergen
--
Nederspiegels
--
Ergernissen
--
Concours 2006
--
Hilvarenbeek 2006-1
--
Hilvarenbeek 2006-2
--
Concours 2005
--
Jaarverslag 2005 - 1
--
Jaarverslag 2005 - 2
--
Jaarverslag 2005 - 3
--
Jaarverslag 2005 - 4
--
De Bolle
--
In Theorie
--
Praktisch Voeren
--
Karperen 1
--
Karperen 2
-- In Dienst vh Leger
-- Op Weg Naar:
-- Concours 2004
-- Jaarverslag 2004 - 1
-- Jaarverslag 2004 - 2
-- Jaarverslag 2004 - 3
-- Jaarverslag 2004 - 4
-- De verandering
-- De Voercampagne 1
-- De Voercampagne 2
-- Pech

Verhalen
=> In Theorie
In theorie is vissen helemaal niet moeilijk. Je gooit in en als je beet hebt haal je gewoon in. Zo staat een niet visser er vaak tegen over. De karper vissers zien in de praktijk iets heel anders. Ze krijgen met dressuur te maken, waterdieptes, trekroutes, dunne bezetting, aaskeuze en nog wel 100 van deze dingen. Het kan nog wel in de praktijk om gewoon ergens in te gooien en te hopen dat er een vis overheen zwemt. Vooral op watertje waar een dichte bezetting is en bij de karper onderlinge strijd heerst om te eten, kan je behoorlijk wat aanbeten krijgen.

In het volgende gedeelte gaan we als karpervisser kijken hoe we tot de beste stekkeuze komen. Enkele vissers zullen zeggen dat dit stuk onzin is om te schrijven. Maar de jeugdige karpervissers zullen er zeker een graantje van mee pikken.

Maar ook de wat gevorderde vissers die tijdens hun sessie’s zijn ingedommeld kan het een wakkerschuddertje zijn?


Opserveren is te leren. (waterobservatie)

Een stek keuze is van veel afhankelijk. Als eerste is het opserveren een heel belangrijk punt. Met opserveren bedoel ik niet dat je naar "wimpie" die vorige week een 30 ponder ving en zijn stek de week erna te nemen.

Maarja die dertiger zit al lang weer aan de andere kant van het water. Nee, het gaat om kijken over het water. Als je leven ziet een springende karper, kleine vissen, van mij part een azende snoek. Dan weet je zeker dat de vissen er huizen. Een mooi voorbeeld is een sessie in april 2002, een zeer moeilijk water.


Had er al weken niets gevangen, normaal gesproken kom ik laat bij het water aan I.V.M mijn werk. Maar dit keer was ik vroeg en besloot overal een beetje te gaan kijken. In een hoek van de plas waren snoeken aan het jagen op kleinere vissen. Grote plonzen rimpelde het water. Gewoon lekker gaan proberen. Het was rond 20:00 en een volle fluiter was een feit .

Na enkele momenten gleed er een schub van uiterst 15 pond in mijn net. Baalde wel een beetje want op dit water worden bijna alleen maar vissen van 20 pond en hoger gevangen. Daar gaat het nu even niet over, later bleek dat dit de eerste vis weer was van de afgelopen 3 weken en er kwam nog een week visloos bij. Dit is nu een voorbeeld maar kan er heus meer opnoemen. De conclusie is dus dat je ogen open houd als je naar een stek zoekt.

Opserveren is te leren. (collega observatie)

Water observatie is belangrijker dan je collega’s in de gaten te houden. Als je op een water goed vangt waarom zou je wat veranderen, maar als je minder vang dan je collega’s zou ik mijn strategie veranderen. Ander aas kan een optie zijn en dan komen we op een punt van collega observatie. Je gaat niet naar de best vangende persoon kijken met wat hij vist maar naar elke visser die er zit een babbeltje en je kijkt even de tent in.
Sommige karpervisser maken er geen geheim van andere zien je liever gaan dan komen. Maar uiteindelijk weet je ongeveer waar de meeste mee vissen. Je trekt je conclusie als voorbeeld genomen: iedereen vist met aardbeien boilies dan ga ik met bananen boilies vissen. Nouja je begrijpt waar ik heen wil.

De stek optimaal benutten

Als je een stek heb gevonden moet je zorgen dat je deze optimaal bevist. Het kan een jaar duren voordat je een (geheel) water optimaal kunt. Zelf ga ik met een rubber bootje pijlen. En door de gegevens op te schrijven of te onthouden krijg je doormiddel van stekwisseling een aardig beeld van je te bevissen stekken.

Maar een meer is natuurlijk niet het enige water waar we mee te makken hebben. Een kanaal is en blijft een bak met water. Met wat uitzonderingen erin natuurlijk. En dat zijn dus ook de plaatsen waar de karper zich ophoud. Voorbeelden van deze plaatsen zijn bijvoorbeeld bruggen, sluizen, steigers en inhammen.
Een vaart kan ook een erg kanaal achtige vorm hebben. Alleen deze hebben over het algemeen gezien een betere planten groei. Lelyvelden zijn vaak leuke stekken. De stromingen zijn er haast niet en scheepvaart beperkt zicht tot wat plezier vaart. Het voordeel van vaarten is dat deze op meerdere punten verknopingen heeft (uitzonderingen daar gelaten)

De truken doos

Op deze punten kan het vangen van een karper makkelijker zijn. De stekken in de bochten, langs de kant werken uitermate goed. Het lijkt erop dat de vissen de kortste weg nemen.

En dus strak onder de kant door komen. Een voorbeeld van dit vermoede is dat ik eens met een vismaat een sessie ging maken. We zaten op een T-splitsing van het water. En zaten dus de voet van de T in te vissen en hadden allebei een bocht tot onze beschikking. Ik viste met 1 hengel stak tegen de kant er stond ongeveer 40 cm water.

En met de ander lag ik een anderhalve meter uit de kant. Mijn vismaat lag met beide hengels een meter uit de oever. Na enkele uren stond de teller voor mijn op vijf en mijn maat op 1. Het frappante was dat ik vier van de vijf vissen strak tegen de kant aan ving op ongeveer 40 cm water. Door deze stand adviseerde ik mijn vismaat ook 1 hengel te verplaatsen. De volgende ochtend was de eindstand zeven voor mijn en vier voor mijn vismaat. De twee die ik er bij ving waren van iedere stek 1 maar had er nog wel 1 verspeeld op de stek strak langs de kant. Mijn vismaat had er drie strak langs de kant en op de andere hengel niets.

Ik wil niet zeggen dat het altijd werkt. Heb ook een voorbeeld dat het precies tegenovergesteld. We gingen twee nachten op 1 stek. Hengels uitgevaren 1 strak langs de kant en de andere anderhalve meter uit de kant. De eerste nacht ging visloos voorbij. En besloot weer eens wat anders te doen. Geen ander aas of zo, maar een hengel net over het midden van de vaargeul. De 2de nacht was het bingo en je voelt het al aankomen op de hengel net over de vaargeul. Die nacht volgende er nog twee vissen. Terwijl de andere drie hengels niets deden. Zo zie je maar dat verandering ook positief kan zijn.

Bij sommige wateren wordt er best op een eentonige manier gevist . Zo heb ik een voorbeeld van een truckje waardoor je meer water afvist. Bij enkele wateren meren of rivieren (noem het maar op), is het mogelijk om twee wateren af te vissen. Zo heb ik een water in de buurt, waar enkele meren met elkaar verbonden zijn doormiddel van bruggetjes. Zo kan je tussen de meren doorfietsen.

Normaal zou ik de een keuze maken welk meer ik in ga vissen. Nu gaat er in twee meren een hengel. Zo vergroten mijn kanzen naar mijn mening. Het is toch vaak maar 1 hengel die vis oplevert en als je dat nu combineert de hengel op de beste stek en dit natuurlijk ook in het andere meer.

In het midden

Tijdens het vissen met mijn vismaten komt bijna altijd het volgende probleem naar boven. “wie gaat er in het midden” dit is bijna altijd degene die het minst vangt. Want aan beide kanten worden de vissen tegen gehouden. Probeer met elkaar een hengel verdeling te maken als je niet in bochten zit te vissen. Een recht stuk water is goed te verdelen zodat je niet in het midden hoef te zitten. De overkant is vaak een geliefde plek maar om nou met zes hengels daar te liggen is wel erg overbodig. Ik stel altijd voor om (als het toelaat) met twee hengels de overkant te bevoorraden twee hengels voor de kant en 1 net over de vaargeul en 1 net voor de vaargeul. Als je geregeld op de zelfde stek zit kan je dit gewoon onderling wisselen.

Vind je dit helemaal niets dan ga je een eindje van je maten af zitten. Wel erg ongezellig moet ik zeggen. Maar we hebben nog een optie ga zoeken naar een plaats waar meerdere mensen kunnen zitten een eigen inham, of bocht. Ik had na een tijdje zoeken een perfecte plaats gevonden. Twee vaargeulen en een vogelbroed plaats.

We hebben daar veel leuke nachten gehad en iedereen ving zijn visje. En zelfs voor mijn tien aanbeten. Met de eerste 3 vissen, de eerste vis 21 pond en bijna gelijk 24 pond en dan nog binnen een uur een 27.4 ponder als bonus. Het is daar behoorlijk veranderd lees maar “De verandering”.

Zo zie je maar dat vissen niet alleen maar een stuk lood naar de horizon gooien is. En dat theorie dicht naast de praktijk ligt. En door goed op te letten (of even wakker wordt) een goed beeld krijgt van de wereld die karpervissen heet.

Rens Kop